De provincie Limburg maakt momenteel een ronde langs de gemeenten om te komen tot een planning voor nieuwe bedrijventerreinen in de toekomst. Het is goed om op tijd vooruit te kijken. Het is ook belangrijk om even terug te kijken.
Van alle uitgegeven ruimte in Limburg in 2006 is slechts 35% opgegaan aan nieuwe bedrijvenvestigingen, toch vaak het paradepaardje van gemeenten. In 32% van alle grondtransacties ging het om bedrijfsverplaatsingen. Veel bedrijven denken dus beter af te zijn op een andere plek. Dat geeft stof tot nadenken.
Volgens de monitor ‘Limburgse bedrijventerreinen’ van de provincie Limburg is ca. 2560 ha. bedrijventerreinen verouderd. Dat betekent dat de kwaliteit van de openbare ruimte is ingezakt: verouderde bestrating, bewegwijzering, verlichting, verloederd groen, parkeerproblemen, etc. Meestal moeten gemeenten dit zich aantrekken. Soms hebben ondernemers of eigenaren het laten lopen: verouderde gevels, achterstallig onderhoud, rondslingerende rommel, een desolate boel. Voor 1710 ha. bestaan revitaliseringplannen, voor 850 ha. nog niet. Er wordt aan gewerkt maar er is nog een boel te doen.
Maar is voorkomen niet beter dan genezen? Te vaak brengt de uitgifte van nieuwe aantrekkelijke bedrijventerreinen een massale verhuisbeweging op gang. Dat is ook vaak nodig. Het kan een oplossing betekenen voor overlast en gebrek aan perspectief in een woonwijk, dorpskern of stadshart. Soms worden terreinen ook getransformeerd naar woningbouw. Dat is vaak een natuurlijk proces en scheelt weer ruimte elders. Maar vaak betekent het leegstand. Het spook van ieder ouder bedrijventerrein!
Het recept: opknappen en opnieuw uitgeven. Zo simpel is het. De praktijk is echter weerbarstig. Veel panden of leeggeruimde terreinen blijven liggen.
Het kabinet wil dat in de komende vier jaar 21.000 ha. bedrijventerrein grondig wordt opgeknapt. De Vereniging Milieudefensie kwam met een manifest waarin zij pleiten voor een leegstandsheffing op bestaande bedrijventerreinen. Speculanten wachten af in de verwachting dat zij tegen een hoog bedrag uitgekocht worden. Gemeenten lijken veroordeeld tot handenwringend toekijken. Hier zijn de minister en provincies gevraagd te stimuleren en vooral instrumentarium te bieden dat ingrijpen mogelijk maakt. En verder doen gemeenten er goed aan samen te werken in een actiecollectief van makelaars en lokale overheid. Door te verbinden kan leegstand bestreden worden.
Bovenal moet dus de ‘varkenscyclus’ doorbroken worden. Dat scheelt een boel nieuwe ruimte.
Geen plek meer voor nieuwe dingen? Dat is zeker nodig, maar niet meer vanuit een globale planning van theoretische behoeftecijfers.
Zo’n 25 jaar geleden begon men het bedrijventerreinenconcept ‘modern gemengd’ toe te passen, het antwoord van toen op de ouderwetse industrieterreinen. Zware industrie was ‘out’, de moderne bedrijven met z’n allen op een gemengd bedrijventerreinen. De formule is uitgewerkt, het is een eenheidsworst geworden. Het concept ‘modern gemengd’ leidt zelden tot een sterke beeldkwaliteit en een meer verantwoord intensief grondgebruik. Systeembouwers spelen hier ook zelden op in: snelle, goedkope en grote ‘dozen’ verrijzen. Het introduceren van parkmanagement, ondermeer bedacht om de terreinen vitaal te houden, kost veel moeite. De belangen van de ondernemers blijken vervolgens vaak uiteen te liggen. De snelst werkende vormen van duurzaamheid blijven dan onbenut.
Gemeenten ontdekken meer en meer hun economische speerpunten. Waar zijn we goed in en waar liggen onze kansen. De regionale samenwerking waarin veel gemeenten participeren, biedt de mogelijkheid een economische rolverdeling te kiezen. Niet meer alles willen, waarin zijn we nou echt sterk! De ruimtelijke vertaling zal leiden tot nieuwe, geheel andere concepten. Compacter, bedrijven die zich in een keten versterken en, specifiek toegesneden boven- en ondergrondse infra, water, milieu- en groeninrichting, personeelsvoorzieningen, etc.
Dus, opknappen van verouderde bedrijventerreinen, ze opnieuw uitgeven en leegstand bestrijden met nieuwe instrumenten. Dit alles om duurzaam met ruimte om te gaan en in te zetten op nieuwe vormen van bedrijventerreinen. Kortom, de snelst werkende vorm van duurzaamheid in de beste economisch renderende omgeving.
Anton Kirkels
Wethouder ruimte en economie van de gemeente Weert.


