In een tijd dat begrippen als demografie, vergrijzing en baby boom niet bestonden, lagen er acht gehuchten rond de stadskern Weert, omgeven door singels met in het hart daarvan de Martinuskerk als baken te midden van soms schamele laagbouw. Laar, Hushoven, Boshoven, Altweert, Keent (met Moesel), Tungelroy, Swartbroek en Leuken (met Biest) lagen rondom de stad Weert en om zich te beschermen tegen krijgsgeweld hadden de boeren besloten in elk gehucht een schans aan te leggen.
Het is vanzelfsprekend dat die hechte agrarische gemeenschappen niet alleen schansen bouwden maar ook ieder hun eigen kapel hadden en dat er in de loop der tijd kerken ontstonden met daarbij kleine scholen. Laten we niet vergeten dat Weert in 1832 nog maar 5900 inwoners kenden, waarvoor landbouw het belangrijkste middel van bestaan was. Onder druk van de bevolkingsaanwas zien we dat eind 19e en begin 20e eeuw steeds meer gebieden buiten het stadscentrum zich losmaken van de oude universele parochie van de heilige Martinus. In Swartbroek en Tungelroy waren er respectievelijk in 1778 en 1783 al rectoraten afgescheiden en dan zien we later nieuwe parochies met bijbehorende nieuwe kerkgebouwen ontstaan in Keent, Tungelroy, Altweert, Laar, Fatima, Boshoven, Leuken, Biest, Groenewoud en Moesel. Natuurlijk waren er schooltjes ontstaan en werd de jeugd opgevoed in de kerkelijke traditie van de gemeenschap en onder de herderlijke leiding van de geestelijken die daarmee langjarige hun invloed hebben kunnen uitoefenen op wat mensen geloven, denken en wat er op de scholen werd onderwezen.
Zo kwam Nederland – of het nu protestants, gereformeerd of katholiek was - onder de verstikkende invloed van de verschillende denominaties. Electoraal gezien een structuur die naadloos aansloot bij wat er in de politiek, de pers en later de tv (als ze daar naar mochten kijken) gebeurde. Een stemadvies van de kansel was in die tijd dan ook de gewoonste zaak van de wereld. Nederland was verzuild.
De wijze waarop politieke partijen nog steeds die parochiegedachte aanhangen en de wijken (lees parochies) met gulle hand en beurs willen voorzien van scholen; voetbalvelden; multifunctionele wijkgebouwen; tennisbanen etc. geeft aan dat men in de veronderstelling leeft daar electoraal voordeel uit te kunnen halen. Een ding doet het zeker: het kost handen vol geld. De politiek heeft nog niet ingezien dat ons schoolstelsel hard aan vernieuwing toe is. We hebben nog steeds een onnodige verzuiling binnen het onderwijs. Kinderen die nog nooit een kerk van binnen gezien hebben, worden door hun ouders om uiteenlopende motieven naar een katholieke of protestantse school gestuurd. De keuze voor een denominatieschool wordt vaak ingegeven door het feit dat het percentage allochtone kinderen op die scholen nu eenmaal veel lager ligt dan bij openbare scholen. Lang leve de integratie.
Weert kent inmiddels 17 scholen (22 gebouwen) voor primair onderwijs en 3 scholen (4 gebouwen) voor voortgezet onderwijs. En dat alles op een oppervlakte die je, als je stevig doorfietst, in 15 à 20 minuten van noord naar zuid of van oost naar west fiets. We hebben een overcapaciteit van 39 lokalen (of 3.775 m2) en gaan gewoon lekker door met de wijken voorzien van lokalen die over 5 jaar leeg komen te staan. Weliswaar wordt die overcapaciteit nu voor een deel (20 lokalen) ingevuld door verbreding (kinderopvang), maar je mag er toch van uit gaan dat het aantal kinderen in bijvoorbeeld de kinderopvang dezelfde ontwikkeling gaat kennen als het leerlingenaantal van het primaire onderwijs.
Het parochiedenken heeft de gemeente, voor wat betreft onderwijs, in de afgelopen 6 jaar € 32 miljoen gekost. 23 miljoen daarvan is voor nieuwbouw geweest, waarvan 16 miljoen in de periode vanaf 2008. Natuurlijk wordt een fors deel daarvan door de overheid bijgepast, maar het blijven uiteindelijk toch belastingcenten. Blijkbaar hechtte men toen nog niet aan de waarde van demografische gegevens of beschouwde ze als niet realistisch. Men had waarschijnlijk nog de voorspelling van Bureau Froger in het achterhoofd. Dat bureau uit Delft kreeg in 1965 opdracht van de gemeente Weert om een structuurplan op te stellen en voorspelde dat Weert in het jaar 2000 maar liefst 70.000 inwoners zou hebben. Het lijkt erop dat de verantwoordelijken voor onderwijsaccommodatie nog met die cijfers werken, want hoe kun je anders aan een overcapaciteit van 39 lokalen komen. In een recente notitie van de gemeente werd aangegeven dat de kosten (kapitaallasten) voor overcapaciteit per m2 per jaar ca. € 100 bedragen. Het voortgezet onderwijs kent op dit moment een overcapaciteit van 9.000 m2 – de bedragen liggen hierbij op ca. € 60 per m2 aangezien een deel van de exploitatielasten voor de schoolbesturen zijn. Natuurlijk komen er wat bedragen terug vanuit de kinderopvang, maar ook dat zal van afnemende aard zijn. Kortom: huidige overcapaciteit is ca 12.000 m2 en in 2020 zal dat ca.17.000 m2 zijn. Wat we met die overcapaciteit aan lokalen gaan doen? We gaan verbreden – een eufemisme voor noodoplossingen zoeken - en proberen er BSO, fysiotherapie, logopedie, kantkloscursussen of wat dan ook in te huisvesten. Brede maatschappelijke voorzieningen noemen we dat. Als we geen oplossing meer weten zetten we er ‘brede’ voor en proberen de overcapaciteit te vullen alsof demografische ontwikkelingen alleen in het onderwijs plaatsvinden en aan de rest van de samenleving voorbijgaan.
Wijkgebonden scholen bouwen, voetbalvelden, tennisbanen en sporthallen aanleggen is in een stad van de omvang van Weert volstrekte waanzin. Alles is makkelijk en snel bereikbaar. Voorzieningen om de hoek van de straat zijn een luxe die we ons niet meer kunnen permitteren. Scholen in een wijk zijn weinig flexibel en zullen er nog jaren zijn als de wijk inmiddels vergrijsd is en het schoolgebouw nog slechts een herinnering is aan die plek waar je kinderen op school zaten.
In het opstellen van een nieuwe onderwijsvisie is niet afgestapt van het parochiedenken, maar probeert men met het in stand houden van dat uitgangspunt nieuwe concepten neer te zetten die een bepaalde mate van flexibiliteit kennen qua invulling. Ware het niet beter geweest om het ‘een school per wijk’ als uitgangspunt te verlaten en scholen dusdanig te positioneren dat ze in een stad van de omvang van Weert goed bereikbaar zijn en scholen niet steeds mee willen/moeten verhuizen naar locaties waar nieuwbouw wordt gepleegd zodat er voor een tijdje weer een zeker leerlingenaanbod is?
Het bovenstaande spits zich vanwege de actualiteit sterk toe op het onderwijs. Dat er bij andere maatschappelijke voorzieningen voor lange tijd - en recent nog - eenzelfde gedragslijn gevolgd is, zal voor niemand een verrassing zijn. Kijk naar voetbalclubs en tennisclubs en je zult een identiek beeld zien. Laat we met het verdwijnen van de diverse kerken in Weert ook het parochiedenken ten grave dragen. ’t Is mooi geweest en dat het veel geld gekost heeft moge wel duidelijk zijn.
VVD Weert – 11 december 2011
Gerrit van Buuren


